Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2

Regels rond verstrekking en verantwoording

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Barneveld

Verstrekking van een toegekende gemeentelijke vangnetvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op schriftelijk gemotiveerd verzoek van de cliënt, de jeugdige en/of ouders. Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien: op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget; als de gespreksvoerder bepaalt dat de gekozen dienst of product niet adequaat is; als uit onderzoek is gebleken dat de cliënt, jeugdige en/of ouders een eerder persoonsgebonden budget niet in overeenstemming met doel en/of bestemming heeft ingezet, de gespreksvoerder kan in individuele gevallen hiervan afwijken; op grond van de progressiviteit van het ziektebeeld de aangevraagde voorziening zo snel weer door een aangepaste voorziening vervangen moet worden dat deze verstrekking zich daardoor niet leent voor een persoonsgebonden budget; verstrekking van een pgb gezien de (verwachte) korte duur van de verstrekking zou leiden tot een inefficiënte besteding van gemeentelijke middelen. [red: Vervallen.] [red: Vervallen.] De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt plaats met tussenkomst van de Sociale Verzekeringsbank, die belast is met de uitvoering en uitbetaling van de pgb’s. Indien het pgb niet binnen zes maanden na uitbetaling is aangewend voor bekostiging van de voorziening zal het college de beslissing tot verlening van het pgb herzien of intrekken.

Rechtspraak bij dit artikel