Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 17.

Bijdrage in de kosten

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Brummen 2015

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd: voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning; voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel een persoonsgebonden budget. 2.. De bijdrage in de kosten overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. 3.. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura wordt bepaald: door een aanbesteding; na een consultatie in de markt, of in overleg met de aanbieder. 4.. De kostprijs van een persoonsgebonden budget is gelijk aan het verstrekte bedrag. 5.. De bedragen en percentages die gelden voor een bijdrage als bedoeld in het eerste lid onder a. in de kosten zijn gelijk aan de bedragen en percentages opgenomen in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 6.. De bijdragen in de kosten voor opvang worden door de aanbieder/instelling vastgesteld en geïnd. Het college wijst deze insteling(en) aan. 7.. Als een maatwerkvoorziening in natura of een persoonsgebonden budget wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is de bijdrage in de kosten verschuldigd door: de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en, degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 8.. In afwijking van het vorige lid is in ieder geval geen bijdrage verschuldigd indien de ouders van het gezag over de cliënt zijn ontheven of ontzet. 9.. In afwijking van het eerste lid onder a. en b. kan het college nadere regels stellen in welke gevallen de cliënt geen bijdrage verschuldigd is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel