Deze nadere regels verstaan onder:
graf: een zandgraf of keldergraf;
asbus: een bus ter berging van as van een overledene;
urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;
particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
het doen begraven en begraven houden van lijken;
het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;
particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
particuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om overledenen te gedenken.
grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf of gedenkplaats;
gedenkteken: steen, zerk of ander monument, daaronder begrepen kettingen en hekwerken;
afsluitplaat: hardstenen of glazen plaat ter afsluiting van urnennissen in de urnenmuren.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit beheer gemeentelijke begraafplaatsen 2014