**1..** Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet wordt vastgesteld op:
100 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij het door eigen schuld of toedoen geen recht (meer) hebben op een voorliggende voorziening in de zin van artikel 15, van de Participatiewet;
100 procent van de bijstandsnorm gedurende ten hoogste drie maanden indien de belanghebbende geen of geen volledige uitbetaling krijgt uit de voorliggende voorziening, omdat deze wordt verrekend met een bestuurlijke boete in het kader van het bij herhaling schenden van de inlichtingenplicht;
20 procent van de bijstandsnorm gedurende de periode die belanghebbende niet op bijstand zou zijn aangewezen indien hij op verantwoorde wijze de middelen waarover hij beschikte, of redelijkerwijs kon beschikken, zou hebben aangewend;
20 procent van de bijstandsnorm gedurende het aantal maanden dat belanghebbende aanspraak moet maken op een uitkering vanwege het verwijtbaar afzien van een erfenis, waarmee hij, bij aanvaarding daarvan, zelf in de noodzakelijke kosten van het bestaan had kunnen voorzien;
20 procent van de bijstandsnorm gedurende het aantal maanden dat belanghebbende (volledig) aanspraak moet maken op een uitkering vanwege het verwijtbaar afzien van het hem toekomende deel van de boedel in het kader van een echtscheiding, waarmee hij (deels) zelf in de noodzakelijke kosten van het bestaan had kunnen voorzien.
**2..** In gevallen van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.
Hoofdstuk 4.
Artikel 10.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Edam-Volendam