Volgens de nieuwe Huisvestingswet is het uitgangspunt ‘keuzevrijheid voor de woningzoekende vergroten’ en mag er alleen gestuurd worden via een verordening als er sprake is van schaarste en onrechtvaardige en onevenwichtige effecten van schaarste. Sturing op woonruimteverdeling blijft noodzakelijk en wenselijk in verband met schaarste in de open woningmarkt in de regio Haaglanden. Dit wordt ondersteund door de jaarrapportages over woonruimteverdeling.
Het hoofduitgangspunt in artikel 5 is dat de woonruimteverdelingsregels van Hoofdstuk 2 van de huidige verordening, van toepassing zijn op:
Woonruimte met een huurprijs benden de huurprijsgrens (juli 2014: 699,48 euro)
Woonruimte met een koopprijs beneden de koopprijsgrens (januari 2014: 174.925 euro)
In het huidige artikel 13 is bepaald dat het inkomen van het huishouden in redelijke verhouding moet staan tot de huurprijs of de koopprijs van de woonruimte.
Ten aanzien van huur:
Voor de bepaling of het inkomen in redelijke verhouding staat tot de huurprijs, staat de inkomensgrens in het derde lid, sub a van dit artikel. Het inkomen van de huurprijsgrens wordt geïndexeerd overeenkomstig de indexeringsmethode van de doelgroepgrens in de Wet op de huurtoeslag. Voor de corporaties geldt de Europaregel 90% (toewijzen aan woningzoekenden met een maximum inkomen van 34.678 euro, normbedrag 2014) en de afwijkende huur-inkomenstabel die zij conform artikel 14 zelf kunnen opstellen. De SVH maakt gebruik van deze mogelijkheid en hanteert eigen tabellen die de SVH publiceert uit het oogpunt van transparantie en duidelijkheid.
Ten aanzien van koop: (facultatief)
Sturen op de verdeling van sociale koopwoningen via een huisvestingsvergunning kan nodig blijven in verband met lokale schaarste. In dit segment zit veelal maatschappelijk geld zoals een lage grondprijs, waardoor een doelmatige verdeling nodig is zodat het terechtkomt bij de doelgroep.
Ten aanzien van het inkomen in relatie tot de sociale koopprijs wordt op grond van het zevende lid van dit artikel gehanteerd: het inkomen waarbij het maximale leenbedrag als bedoeld in de Wet bevordering eigenwoningbezit (BEW) volgens vigerende NHG-normen zelfstandig financierbaar is. Het inkomen voor de koopprijsgrens wordt jaarlijks per 1 januari bepaald aan de hand van de inkomensberekeningsystematiek van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen met betrekking tot de Nationale Hypotheek Garantie. Voor 2014 is de prijspeil 44.100 euro. Het gaat om het bedienen en faciliteren (ook bij koop) van de kwetsbare groep lage middeninkomens (33.000 - 44.000 euro) die door de Europa-regel in een gat vallen en die anders geen geschikte woonruimte kunnen vinden. Het gaat er dus niet alleen om dat er voldoende aanbod van woonruimte blijft in de particuliere huursector voor mensen met deze lage middeninkomens,maar dat ze ook via sociale koop geholpen kunnen worden.
Hoofdstuk 2:
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Huisvestingsverordening 2015 gemeente Midden-Delfland