Het college kan een voorziening beëindigen indien:
a. de belanghebbende de aan de voorziening verbonden verplichtingen niet nakomt;
b. de belanghebbende niet meer behoort tot de doelgroep van de wet;
c. naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling;
d. de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de belanghebbende;
e. de belanghebbende niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening;
f. de belanghebbende niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.
Hoofdstuk 4
Artikel 17.
Beëindigingsgronden
Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Nederweert 2015