Het college of de hiervoor in artikel 2 lid 3 bedoelde instantie
verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de
wet.
De hoogte van een pgb wordt bepaald aan de hand van en tot het
maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie
goedkoopst adequate voorziening in natura en is toereikend voor
de aanschaf daarvan, en omvat, zo nodig, een vergoeding voor
onderhoud, en verzekering.
Onverminderd het in de vorige leden bepaalde wordt, voorzover
een cliënt een persoonlijk plan heeft ingediend, het tarief voor
een pgb gebaseerd op het door de cliënt opgestelde plan over hoe
hij het pgb gaat besteden.
Een cliënt ten behoeve van wie een persoonsgebonden budget wordt
verstrekt, kan
diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder
de volgende
voorwaarden betreffende het tarief betrekken van een persoon die behoort
tot het sociale
netwerk:
a.deze persoon krijgt een lager tarief betaald voor zijn diensten dan
door het college in
het Besluit vastgestelde tarief. Dit lagere tarief wordt door het
college vastgesteld;
b.tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet uit het
persoonsgebonden
budget worden betaald.
Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, of de
verstrekte voorzieningen worden gebruikt of besteed ten behoeve
van het doel waarvoor ze verstrekt zijn.
Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de
hoogte van een pgb wordt vastgesteld, onder welke voorwaarden
een pgb wordt verstrekt en hoe de jaarlijkse verantwoording van
het pgb plaatsvindt aan het college.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 12.
Regels voor pgb
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Nunspeet 2015