Het college kan besluiten een voorziening te beëindigen indien naar haar oordeel:
de voorziening niet langer noodzakelijk is voor arbeidsinschakeling of daaraan niet blijkt bij te dragen;
belanghebbende of werkgever onvoldoende medewerking verleent aan de tenuitvoerlegging van de voorziening;
de voorziening anderszins niet langer noodzakelijk is.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
Beëindiging
Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet Den Haag 2015