Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Soorten voorzieningen

Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet Den Haag 2015

1.. Het college kan ten behoeve van de belanghebbende zoals genoemd in artikel 1.4 de volgende voorzieningen aanbieden: Sollicitatietraining Het college biedt met modules op maat begeleiding bij het solliciteren naar een reguliere baan. Proefplaatsing Het college kan een proefplaatsing bij een werkgever aanbieden, zoals bedoeld in artikel 10a derde lid van de wet, waarbij: de proefplaatsing wordt vastgelegd in een Proefplaatsingsovereenkomst, waarin de werkgever verklaart dat zijn intentie is om de belanghebbende aansluitend op de proefplaatsing een dienstbetrekking aan te bieden. de proefplaatsing geldt voor de duur van maximaal één maand. in afwijking van het bepaalde onder 2º de proefplaatsing in bijzondere individuele situaties kan gelden voor de duur van maximaal drie maanden. Werknemerscheque Als tegemoetkoming in aantoonbare kosten volgend uit re-integratie kan het college aan de belanghebbende een kostenvergoeding verstrekken. Deze tegemoetkoming kan worden verstrekt voor zover hiervoor geen beroep kan worden gedaan op andere vergoedingen en de kosten naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn. Werkgeverscheque Het college kan een tegemoetkoming verstrekken aan de werkgever die aan de belanghebbende een arbeidsplaats aanbiedt en daarvoor extra kosten moet maken die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn. Vergoeding leerwerkstage Het college kan ten behoeve van jongeren tot 27 jaar een vergoeding leerwerkstage verstrekken op basis van een leerwerkovereenkomst, waarin minimumvereisten staan die de gemeente aan de leerwerkstage stelt, of een beroepspraktijkovereenkomst in het kader van een beroepsbegeleidende leerweg, als het een leerling betreft die werkzaam is bij een bedrijf en daarnaast een opleiding volgt. Leerwerkplek Het college kan een uitkeringsgerechtigde een leerwerkplek aanbieden. De voorwaarden en verplichtingen voor de leerwerkplek staan omschreven in artikel 10a van de wet. De maximale duur van de leerwerkplek bedraagt twee keer één jaar, met in zeer uitzonderlijke gevallen de mogelijkheid tot verlenging met maximaal twee keer één jaar. Uitzonderlijke gevallen zullen zich alleen voordoen bij belanghebbenden met een zeer grote afstand tot de arbeidsmarkt, zoals genoemd in artikel 1.4 sub d. Scholing of opleiding tijdens leerwerkplek Voor zover de belanghebbende, zoals bedoeld in artikel 10a, vijfde lid van de wet niet beschikt over een startkwalificatie wordt binnen zes maanden na aanvang bekeken in hoeverre scholing of opleiding kan bijdragen aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. Ondersteuning leer-werktrajecten Het college kan op grond van artikel 10f van de wet ondersteuning bieden bij leer-werktrajecten ten behoeve van personen van 16 en 17 jaar van wie de leerplicht of kwalificatieplicht nog niet is geëindigd en personen van 18 tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald. De ondersteuning is gericht op extra begeleiding op of naar een leerwerktraject om uitval te voorkomen. Loonkostensubsidie Het college stelt vast of een belanghebbende die arbeidsmogelijkheden heeft, niet in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen en daarmee behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, sub e van de wet. Het college stelt de loonwaarde van een belanghebbende vast, indien een werkgever voornemens is met deze persoon een dienstbetrekking aan te gaan. Bij de vaststelling van de loonwaarde neemt het college in aanmerking of sprake is van beperkingen van lichamelijke, verstandelijke, psychische of andere aard, die naar verwachting leiden tot een arbeidsprestatie met een loonwaarde van niet meer dan 80 procent van het wettelijk minimumloon. Bij de vaststelling van de loonwaarde betrekt het college opgaven en inlichtingen van de belanghebbende en de werkgever over de praktijkervaringen van de belanghebbende, bijvoorbeeld tijdens een leerwerkplek of proefplaatsing indien deze vooraf zijn gegaan aan de arbeidsovereenkomst bij dezelfde werkgever. Het college maakt gebruik van een objectief loonwaardemeetsysteem voor het beoordelen of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort en neemt daarbij de in de bijlage omschreven methode in acht. Begeleiding werkgever Belanghebbenden die behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie hebben op grond van artikel 10da van de wet aanspraak op begeleiding op de werkplek. Het college kan, in overleg met de werkgever nadere invulling geven aan de vorm en inhoud van deze begeleiding. No-riskpolis (compensatie voor verzuimrisico) Het college kan een werkgever in aanmerking laten komen voor een verzekeringspolis voor dekking van loonkosten over een periode waarin de werknemer uit de doelgroep arbeidsongeschikt is. De no-riskpolis is bedoeld voor de werkgever die een werknemer in dienst neemt die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, of die een verhoogd risico heeft op verzuim, voor zover er geen beroep kan worden gedaan op de no-riskpolis van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De no-riskpolis is mogelijk bij een arbeidsovereenkomst van tenminste zes maanden. De no-riskpolis heeft een werkingsduur van 12 maanden na indiensttreding van de werknemer bij de werkgever. Werkvoorzieningen Het college kan aan de belanghebbende, die arbeid verricht, of gaat verrichten werkvoorzieningen toekennen die strekken tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid. Onder werkvoorzieningen wordt verstaan: vervoersvoorzieningen die ertoe strekken dat de belanghebbende zijn werkplek kan bereiken; hulpmiddelen voor belanghebbenden met een visuele, of motorische handicap; hulpmiddelen voor het geschikt maken van de arbeidsplaats, voorzieningen ten behoeve van de productie- en werkmethoden en op het individu afgestemde hulpmiddelen; job coaching bij het verrichten van de aan belanghebbende opgedragen taken, gedurende maximaal drie jaar. Beschut werk Tot de doelgroep beschut werk behoort de belanghebbende van wie het college heeft vastgesteld dat deze een zodanige mate van begeleiding op en aanpassingen van de werkplek nodig heeft, dat van een reguliere werkgever redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat hij deze persoon in dienst neemt. Indien uitzicht bestaat op een dienstbetrekking in het kader van beschut werk, vraagt het college op grond van artikel 10b tweede lid van de wet, bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om een advies of de belanghebbende uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Het college neemt bij de voorselectie in aanmerking of sprake is van beperkingen van lichamelijke, verstandelijke, psychische of andere aard, die naar verwachting leiden tot een arbeidsprestatie met een loonwaarde van 40 tot 60 procent. Binnen het dienstverband beschut werk wordt doorstroom naar een garantiebaan of een reguliere dienstbetrekking zo veel mogelijk gestimuleerd. Als na één tot twee jaar van het tijdelijke dienstverband blijkt dat de belanghebbende zich niet kan doorontwikkelen naar regulier werk, kan het dienstverband worden omgezet in een vast dienstverband. De voorzieningen in artikel 2.1 sub i t/m l zoals genoemd in dit lid, kunnen tezamen met de voorziening beschut werk worden aangeboden. Het college stelt jaarlijks bij de begroting het aantal te realiseren beschutte werkplekken en de benodigde financiering vast. Participatievoorziening Het college kan op grond van artikel 9 lid 1, sub b van de wet de uitkeringsgerechtigde die nog niet in staat is om te re-integreren een participatievoorziening aanbieden. 2.. Bij de inzet van de voorzieningen kan het college bepalen dat aan specifieke doelgroepen prioriteit gegeven wordt. 3.. Het college kan nadere regels stellen inzake de aard, inhoud en omvang van de voorzieningen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel