**1..** Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 1.4, lid 1 sub a en d een tegenprestatie opleggen mits de persoon niet actief is met re-integratie.
**2..** Onverminderd het eerste lid wordt tijdelijk geen tegenprestatie opgelegd, op grond van dringende redenen als bedoeld in artikel 9 lid 2 van de wet.
**3..** Het college stemt de tegenprestatie naar inhoud, omvang en duur af op de individuele omstandigheden van de uitkeringsgerechtigde waaronder leeftijd, opleiding, werkervaring, het verrichten van mantelzorgtaken en andere relevante persoonlijke omstandigheden.
**4..** De omvang van de tegenprestatie is maximaal acht uren per week.
**5..** Het college kan bepalen dat geen tegenprestatie wordt opgelegd gedurende de periode waarin belanghebbende vrijwilligerswerk verricht. Mits omvang en duur van het vrijwilligerswerk in overeenstemming zijn met de mogelijkheden van belanghebbende.
**6..** Het college kan de tegenprestatie ieder kalenderjaar opnieuw opleggen.
**7..** Het college zendt jaarlijks aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid van het tegenprestatiebeleid waarin ook het oordeel van de Cliëntenraad zal worden meegenomen.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
Tegenprestatie
Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet Den Haag 2015