**1..** Het college verstrekt aan de uitkeringsgerechtigde na afloop van de proefplaatsing als bedoeld in artikel 2.1. eerste lid onder b van deze verordening een éénmalige premie, mits de uitkeringsgerechtigde zich naar het oordeel van het college voldoende heeft ingezet op de proefplaatsing.
**2..** De premie bedraagt:
per maand het verschil tussen het van toepassing zijnde netto wettelijk minimum (jeugd)loon (exclusief vakantietoeslag) op basis van een volledige werkweek en de van toepassing zijnde netto bijstandsnorm (exclusief vakantietoeslag), doch tenminste 250 euro per maand.
de premie bedoeld onder a naar rato bij een proefplaatsing die korter duurt dan één of meer volledige maand(en) en/of die een kleinere omvang heeft dan een volledige werkweek.
ten hoogste het bedrag genoemd in artikel 31, tweede lid onder j Participatiewet.
samen met een eventuele toegekende premie participatieplaats (als bedoeld in artikel 2.2. derde lid van deze Verordening), in hetzelfde fiscale jaar ten hoogste het bedrag genoemd in artikel 31, tweede lid onder j Participatiewet.
**3..** De premie wordt aan de uitkeringsgerechtigde die jonger is dan 27 jaar slechts verstrekt indien hij binnen zes maanden na de proefplaatsing in dienst treedt bij een werkgever met een dienstbetrekking voor de duur van ten minste zes maanden met een omvang, die leidt tot beëindiging van de bijstandsuitkering.
**4..** Indien de bijstandsuitkering wordt beëindigd na afloop van de proefplaatsing, doordat de bijstandsgerechtigde in dienst treedt bij een werkgever, wordt de premie niet verrekend met eventueel ten onrechte verstrekte bijstand, tenzij deze het gevolg is van het verwijtbaar niet nakomen van de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 17, eerste en tweede lid van de Participatiewet.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2.a
Premie proefplaatsing
Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet Den Haag 2015