De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 7 en 8, wordt vastgesteld op:
tien procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
vijftig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie.
Hoofdstuk 2
Artikel 9
Hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van AFSTEMMINGSVERORDENING PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ HELMOND 2015