**1..** Het college kan aan de belanghebbende een tegenprestatie opdragen ongeacht zijn afstand tot de arbeidsmarkt.
**2..** Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met de volgende factoren:
a. het vermogen van de belanghebbende om de tegenprestatie te kunnen verrichten;
b. de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van de belanghebbende;
c. de persoonlijke wensen en kwaliteiten van de belanghebbende
d. de maatschappelijke activiteiten of het vrijwilligerswerk dat de belanghebbende al verricht.
**3..** Het college draagt geen tegenprestatie op aan:
a. de belanghebbende die, naar het oordeel van het college aantoonbaar voldoende maatschappelijke activiteiten of vrijwilligerswerk verricht;
b. de belanghebbende die mantelzorg verricht voor zover het verrichten van die mantelzorg naar het oordeel van het college redelijkerwijs noodzakelijk en aantoonbaar voldoende is;
c. de alleenstaande ouder met ontheffing als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de wet.
d. de belanghebbende die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
e. de belanghebbende voor wie naar het oordeel van het college het uitvoeren van een tegenprestatie belemmerend werkt op zijn re-integratie.
f. de belanghebbende die, naar het oordeel van het college, aantoonbaar voldoende arbeid in deeltijd verricht.
Hoofdstuk 2.
Artikel 4.
Het opdragen van een tegenprestatie
Onderdeel van Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Nederweert 2015