Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2015. Met ingang van deze datum vervalt de verordening Bijdrageregeling minima gemeente Nunspeet 2009.
Deze verordening kan worden aangehaald als Bijdrageregeling minima gemeente Nunspeet 2015.
Vastgesteld ter openbare raadsvergadering van
de secretaris, de voorzitter,
Verordening bijdrageregeling minima gemeente Nunspeet 2015
Met de invoering van de Participatiewet per 1 januari 2015 worden de mogelijkheden van de gemeente om categoriale bijzondere bijstand te verstrekken beperkt. Dit heeft gevolgen voor het minimabeleid van de gemeente Nunspeet. Deze verordening gaat alleen over de bijdrageregeling minima maar omdat er meer regelingen voor minima van belang zijn is het goed om de bijdrageregeling in het kader van alle regelingen te zien. Deze worden eerst kort doorgelopen voordat de toelichting op de Verordening bijdrageregeling minima aan de orde komt.
Het minimabeleid bestaat uit verschillende onderdelen.
De kwijtscheldingsregeling gemeentebelasting.
De individuele bijzondere bijstand.
De individuele inkomens- en studietoeslag.
De collectieve zorgverzekering (categoriale bijzondere bijstand).
De bijdrageregeling minima.
Kwijtscheldingsregeling gemeentebelasting
De kwijtscheldingsregeling gemeentebelasting is gebaseerd op de invoeringswet en bij deze regeling wordt de landelijke uitvoeringsregeling gehanteerd en eenvoudig gezegd komt het erop neer dan iemand die een inkomen op bijstandsniveau heeft en geen vermogen (lager dan de vermogensgrens voor bijstand) kwijtschelding van belastingen krijgt. Van deze regeling wordt alleen gebruik gemaakt door minima die nog geen twaalf maanden een minimuminkomen hebben want in de minimaregeling is een bijdrage opgenomen voor de belastingen. En omdat de minimaregeling iets ruimer is, 110% van de bijstandsnorm en vermogensgrens gelijk aan bijstand, maken bijna alle minima gebruik van de minimaregeling voor kwijtschelding en wordt de kwijtscheldingsregeling alleen gebruikt voor hen die buiten de minimaregeling vallen.
2.De individuele bijzondere bijstand
Het college is bevoegd individuele bijzondere bijstand te verstrekken als belanghebbenden uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten hebben en niet kunnen beschikken over de middelen om hierin te voorzien. Deze omschrijving uit de wet geeft al aan dat het om bijzondere omstandigheden moet gaan. Dit maakt dat de individuele bijzondere bijstand echt een maatwerkvoorziening is voor individuele omstandigheden. Hierdoor is deze regeling ook minder eenvoudig uit te voeren omdat vastgesteld moet worden dat de kosten waarvoor bijstand wordt gevraagd bijzonder zijn (geen kosten die iedereen heeft), dat ze ook echt noodzakelijk zijn en dat belanghebbende zelf geen mogelijkheden heeft om hierin te voorzien. Volgens de Participatiewet is de individuele bijzondere bijstand een bevoegdheid van het college en valt buiten het bereik van deze verordening. De systematiek is anders dan bij de minimaregeling maar in het beschouwen van de minimaregeling is het goed om te weten dat de individuele bijzondere bijstand aanwezig is als een soort vangnet voor bijzondere noodzakelijke kosten.
3.De individuele inkomens- en studietoeslag
Minima die gedurende drie jaar op het minimum zitten, geen vermogen hebben en er zelf alles aan hebben gedaan om hun inkomen te verbeteren hebben recht op een toeslag. Deze is 40% van de gehuwdennorm voor gehuwden, 35% van de gehuwdennorm voor alleenstaande ouders en 30% van de gehuwdennorm voor alleenstaanden. Deze toeslag is in een aparte verordening vastgesteld. Voor een integraal minimabeleid zijn dezelfde vermogens- en inkomensgrenzen gehanteerd als bij de minimaregeling in deze verordening.
4.De collectieve zorgverzekering (categoriale bijzondere bijstand)
De categoriale bijzondere bijstand voor chronisch zieken en gehandicapten en de bijdrage voor duurzame gebruiksgoederen voor pensioengerechtigden vervallen omdat deze volgens de wet niet meer zijn toegestaan. Daarnaast is de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) veranderd en is de Compensatie eigen risico (CER) afgeschaft.
De gemeente mag alleen nog categoriale bijzondere bijstand verstrekken voor een collectieve aanvullende zorgverzekering of de premie hiervan. Omdat dit een bevoegdheid van het college is zijn de Beleidsregels Collectieve zorgverzekering opgesteld. De gemeente sluit bij Zilveren Kruis Achmea een extra gemeentepakket af bovenop de basisverzekering en de drie sterren aanvullende verzekering en de twee sterren tandartsverzekering. Dit pakket kost € 7,50 per gezinslid. Daarnaast wordt er categoriale bijzondere bijstand verstrekt van € 20,- per volwassen verzekerd gezinslid die bij Zilveren Kruis Achmea een drie sterren aanvullende verzekering en een twee sterren tandartsverzekering heeft afgesloten of een vergelijkbare verzekering bij een andere zorgverzekeraar. Voor een integraal minimabeleid zijn dezelfde vermogens- en inkomensgrenzen gehanteerd als bij de minimaregeling in deze verordening. Deze regeling is een goede aanvulling van het minimabeleid omdat zorgkosten voor minima rechtstreeks vergoed worden en er een wisselwerking met de andere regelingen is zodat het niet gebruik wordt tegengegaan.
5.Toelichting op de Verordening bijdrageregeling minima
Inkomenspolitiek is voorbehouden aan de rijksoverheid en de gemeente mag alleen aan armoedebestrijding doen. De rijksoverheid geeft echter dubbele signalen af. Enerzijds stimuleert ze gemeenten om meer te doen aan armoedebeleid maar anderzijds beperkt ze de mogelijkheden door bijvoorbeeld de mogelijkheden om categoriale bijzondere bijstand te verstrekken te beperken tot de aanvullende zorgverzekering. Het ministerie heeft bijvoorbeeld ook verboden kerstpakketten te verstrekken. In de oude bijdrageregeling konden pensioengerechtigden een bijdrage krijgen van € 100,- voor duurzame gebruiksgoederen maar dit mag nu ook niet meer. Wat naast de kwijtschelding gemeentebelasting echter nog wel kan is de bijdrage voor sociaal culturele activiteiten. Het ministerie heeft in het verleden benoemd dat stadspassen hiervoor zijn toegestaan maar de bijdrage voor sociaal culturele activiteiten is vergelijkbaar hiermee. Wij hebben hiervoor gekozen omdat belanghebbende met een bijdrage meer keuzevrijheid hebben dan met een stadspas en een stadspas in een kleinere gemeente als Nunspeet minder functioneel is. Deze regeling blijft dus onveranderd.
In de oude bijdrageregeling was een zelfstandige huishouding een voorwaarde om in aanmerking te komen voor de regeling. Een inwonend volwassen kind had als medebewoner dus geen recht op de bijdrageregeling omdat deze verhoudingsgewijs minder lasten had, de ouder was in de regel de zelfstandig wonende die de woonlasten droeg en de medebewoners had veel lagere lasten. Nu dat de kostendelersnorm in de Participatiewet is ingevoerd gaan kostendelers die een uitkering hebben er flink op achteruit en moeten ze samen met de hoofdbewoner alle lasten dragen en is hun uitkering ook gelijk aan die van de hoofdbewoner. Daarom wordt voor deze bijdrageregeling gesteld dat belanghebbenden die onder de kostendelersnorm vallen zoals bedoeld in artikel 22a van de Participatiewet ook zelfstandig wonen.
In de oude regeling kreeg men met een inkomen tot 105% de volledige bedragen en bij een inkomen tussen de 105% en 110% kreeg men gehalveerde bedragen om zo de armoedeval tegen te gaan bij belanghebbenden die gingen werken. In de praktijk blijken veel mensen die gaan werken boven die 110% uit te komen en zijn het vooral pensioengerechtigden die hiermee te maken hadden. Dit verschil verdwijnt nu uit alle minimaregelingen omdat het doel waarvoor het ingevoerd werd niet bereikt werd en we anders een doelgroep treffen waarvoor we het juist niet wilden. Doordat pensioengerechtigden nu de bijdrageregeling volledig krijgen, wordt het wegvallen van de bijdrage gebruiksgoederen voor pensioengerechtigden gecompenseerd.
In deze bijdrageregeling worden geen nieuwe regelingen of bijdragen voorgesteld. Door het invoeren van de Collectieve zorgverzekering voor minima, de integrale koppeling hiervan met de overige minimaregelingen en de publiciteit die hiermee gepaard gaat worden er meer aanvragen voor de bijdrageregeling minima verwacht. De collectieve zorgverzekering is al een wijziging in het minimabeleid waar veel minima, waaronder juist zorgbehoevenden, ouderen en gezinnen met kinderen van profiteren omdat ze nu goed verzekerd zijn tegen zorgkosten. Door het wegvallen van de staffel profiteren vooral ouderen en door kostendelers aan te merken als zelfstandig wonenden komen we ook deze groep die financieel flink achteruit gaat tegemoet. Dit zijn al uitbreidingen van het minimabeleid waarvoor al het extra geld wat voor minimabeleid beschikbaar is gekomen noodzakelijk is.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 11.
Inwerkingtreding en citeertitel
Onderdeel van Verordening bijdrageregeling minima gemeente Nunspeet 2015