**1..** Het college biedt belanghebbenden uit de doelgroep ondersteuning bij de arbeidsinschakeling aan en, voor zover het college dat noodzakelijk acht, een voorziening gericht op die arbeidsinschakeling. Hierbij wordt de eigen verantwoordelijkheid zoveel mogelijk bij belanghebbenden gelegd en wordt gekeken naar de meest doelmatige oplossing met het oog op inschakeling in de arbeid.
**2..** Het college houdt bij het aanbieden van de ondersteuning en voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan:
de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar, en
de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg.
**3..** Het college kan een eigen bijdrage vragen voor de verstrekking van voorzieningen aan niet-uitkeringsgerechtigden. Er wordt geacht geen draagkracht te zijn als het inkomen lager is dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm.
**4..** Het college kan een voorziening beëindigen als:
de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt;
de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep;
de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorzieningen, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2 van de wet;
naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling;
de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening;
de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening;
de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.
Aanspraak en beëindiging van voorzieningen
Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Nunspeet 2015