Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 13.

Zeer ernstige misdragingen

Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ

1.. Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover het college of zijn ambtenaren en medewerkers, en onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de IOAW of de IOAZ, als bedoeld in artikel 20, tweede lid van de IOAW en artikel 20, eerste lid van de IOAZ, wordt een verlaging van de uitkering opgelegd; 2.. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, derde lid, wordt de hoogte en duur van de verlaging die hoort bij een verwijtbare gedraging als omschreven in het eerste lid vastgesteld volgens onderstaande matrix Eerste ernstige misdraging 50 % van de grondslag gedurende 1 maand Tweede ernstige misdraging binnen 1 jaar na de vorige misdraging 100 % van de grondslag gedurende 1 maand Derde ernstige misdraging binnen 1 jaar na de vorige misdraging 100 % van de grondslag gedurende 2 maanden Bij excessieve misdraging 100 % van de grondsla gedurende 2 maanden

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel