Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 9

Weigering van de uitkering

Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ

Het college weigert de uitkering blijvend of tijdelijk naar de mate waarin de belanghebbende uit of in verband met arbeid inkomen zou hebben kunnen verwerven, indien: aan de beëindiging van zijn dienstbetrekking een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de belanghebbende ter zake een verwijt kan worden gemaakt; de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van de belanghebbende zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd; de belanghebbende nalaat algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden; of de belanghebbende door eigen toedoen geen algemeen geaccepteerde arbeid verkrijgt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel