1. Het college registreert de ontvangst van een verzoek om een individuele voorziening of een verwijzing daarnaar zoals bedoeld in respectievelijk artikel 3, tweede lid en artikel 3, zesde lid.
2. Het college verzamelt in overleg met de jeugdige of zijn ouders alle voor het gesprek over de aanvraag noodzakelijke en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie. Voor het gesprek verschaffen de jeugdige of zijn ouders aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. Hiertoe behoort in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Er vindt een uitwisseling plaats van alle verkregen informatie tussen jeugdige of zijn ouders en de professional van het lokaal ondersteuningsteam of het kempenteam, wanneer wenselijk.
3. Nadat de gegevens zijn verzameld, maakt het college een afspraak voor een gesprek.
4. Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het tweede lid.
5. Indien het vooronderzoek een afgerond beeld oplevert over de hulpvraag, kan het college in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een gesprek als bedoeld in artikel 5 en volstaan met een verslag overeenkomstig artikel 6, eerste lid.