1.Indien het bezit van een belanghebbende niet ten minste driemaal de
toepasselijke
bijstandsnorm bedraagt, verrekent het college de recidiveboete gedurende
één
maand zonder inachtneming van de beslagvrije voet. De verrekening
geschiedt vanaf het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke
boete is opgelegd.
Aansluitend op verrekening als bedoeld in het eerste lid,
verrekent het college de recidiveboete in de daarop volgende
twee maanden op een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft
beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de
toepasselijke bijstandsnorm.
Tot het inkomen, bedoeld in het tweede lid, worden ook middelen
gerekend als
bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n en r, van de
Participatiewet.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit
Onderdeel van Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Gemeente Stein 2014