Dit besluit kan worden aangehaald als “Delegatiebesluit gemeente Zevenaar 2014”
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag van bekendmaking.
Op het in lid 2 bedoelde tijdstip vervalt het Delegatiebesluit gemeente Zevenaar vastgesteld bij besluit van de raad van 3 januari 2005.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Zevenaar
in zijn openbare vergadering van 26 november 2014
De griffier, De burgemeester,
ALGEMENE TOELICHTING
In het Delegatiebesluit gemeente Zevenaar 2014 is vastgelegd welke raadsbevoegdheden gedelegeerd worden aan het college. Het besluit is opgesteld aan de hand van de bepalingen uit hoofdstuk 10 titel 1 afdeling 2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).
De Awb verstaat onder delegatie: het overdragen door een bestuursorgaan van zijn bevoegdheid tot het nemen van besluiten aan een ander die deze onder eigen verantwoordelijkheid uitoefent (artikel 10:13). Het bestuursorgaan dat de oorspronkelijke wettelijke bevoegdheid heeft en deze overdraagt aan een ander wordt hieronder de delegans genoemd en de ander, die de bevoegdheid ontvangt, de delegataris.
Delegatie is slechts toegestaan indien dit bij wettelijk voorschrift is mogelijk gemaakt.
Artikel 156 van de Gemeentewet biedt een algemene delegatiegrondslag voor de overdracht van bevoegdheden van de raad aan het college of een bestuurscommissie. De gemeenteraad kan bevoegdheden overdragen, met uitzondering van de bevoegdheden vermeld in het tweede en derde lid, zoals het vaststellen van de begroting of jaarrekening en het stellen van straf op overtreding van verordeningen.
Het gevolg van delegatie is dat de delegans zijn bevoegdheid verliest. Het verschil met mandaat is dus hierin gelegen, dat de delegataris de bevoegdheid na delegatie onder eigen verantwoordelijkheid uitoefent en niet namens de delegans.
Uiteraard dient een duidelijke reden om te delegeren aanwezig te zijn voordat tot delegatie wordt overgegaan. In het algemeen is het uit het oogpunt van efficiëntie wenselijk dat bevoegdheden gedelegeerd worden met betrekking tot het nemen van besluiten die met enige regelmaat voorkomen, die niet bijzonder politiek gevoelig zijn en die passen binnen de gebruikelijke huishouding van de gemeente.
Een krachtens delegatie genomen besluit vermeldt dat het als zodanig is genomen. Tevens wordt het bestuursorgaan vermeld dat de bevoegdheid heeft gedelegeerd.
De delegataris kan de aan hem gedelegeerde bevoegdheid niet op zijn beurt doordelegeren aan een derde. Anders gezegd: subdelegatie is niet geoorloofd.
ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING
Artikel 1
Voor wat betreft de Wet dwangsom eist de Awb dat de verschuldigdheid en de hoogte van de
dwangsom binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom verschuldigd is, wordt
vastgesteld. Een besluit omtrent opschorting, verdaging of verder uitstel van een beslissing op een bezwaarschrift zijn korte termijnen geboden. Gelet op de raadscyclus is het risico groot dat de raad niet tijdig kan beslissen.
Artikel 2
Het overgrote deel van de proceshandelingen is volgens het bepaalde in artikel 160, eerste lid, onder e, f en g, van de Gemeentewet rechtstreeks bij het college neergelegd. Het is wenselijk om ook voor de restcategorie, die op voorhand niet is te bepalen, bij het college neer te leggen (gelet op de wettelijke termijnen).
Artikel 3
De Wob kent een beslistermijn van vier weken. Gelet op het vergaderschema van de raad is deze termijn voor de raad niet haalbaar.
Artikel 4
Op grond van artikel 6:12 Wro dient door de raad een exploitatieplan te worden vastgesteld om bij bepaalde bouwplannen kosten te kunnen verhalen. Daarnaast heeft de raad ook de mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden o.a. bij een projectbesluit, te besluiten geen exploitatieplan vast te stellen. Artikel 6:12, lid 3 Wro, biedt de mogelijkheid om deze bevoegdheden te delegeren aan burgemeester en wethouders. Het is effectief en wenselijk om voor plannen die vallen onder de lijst van categorieën waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist deze bevoegdheid te delegeren.
Artikel 5
Het betreft hier uitvoeringshandelingen ten behoeve van een milieueffectrapportage.
Artikel 6
Gelet op de relatie met overige verkeersmaatregelen die door het college worden genomen wordt deze bevoegdheid bij het college gelegd.
Artikel 7
Het vaststellen van de bebouwde komgrenzen is met name van belang voor de toe te passen snelheid en voor de kapvergunningplicht. Gelet op de relatie met overige (verkeers)maatregelen die door het college worden genomen worden voornoemde bevoegdheden bij het college gelegd.
Artikel 8
Het betreft hier de bevoegdheid om (structurele) routering voor gevaarlijke stoffen vast te stellen. Op grond van artikel 22 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen is het college reeds bevoegd om ontheffing te verlenen (om af te wijken van de vastgestelde route) “indien dat noodzakelijk is voor het laden en lossen”.
Artikel 9
De reactietermijn voor de raad op een ontwerpbegroting of wijziging daarvan is 6 weken. Gelet op
het vergaderschema van de raad is deze termijn voor de raad niet haalbaar
Artikel 10
De ambtenaren van de burgerlijke stand krijgen verzoeken om op locaties buiten het stadhuis te mogen trouwen. Het aanwijzen van dergelijke locaties als "het huis der gemeente" is een in de Wet rechten burgerlijke stand en de Gemeentewet bij uw raad neergelegde bevoegdheid. Om adequaat te kunnen inspelen op dergelijke verzoeken achten wij het wenselijk dat deze bevoegdheid aan ons college blijft gedelegeerd. Aan een besluit tot aanwijzing gaat een onderhandelingstraject met de eigenaar van de locatie vooraf waarmee de nodige tijd gemoeid kan zijn. Gelet op het vergaderschema van de raad kan niet adequaat op verzoeken worden beslist.
Artikel 11
Om het samenstel van de basisregistraties adressen en gebouwen te kunnen laten functioneren is het noodzakelijk dat in alle gemeenten de in dit artikel genoemde besluiten worden genomen. Zonder dergelijke besluiten kan de noodzakelijke landelijke uniformiteit van de inhoud van de basisregistratie niet gewaarborgd zijn. Het grondgebied van de gemeente waarop een object is gelegen is bepalend voor de vraag binnen welke gemeente een object wordt geregistreerd. In die gevallen dat een pand of verblijfsobject is gelegen op de grens van twee of meer gemeenten, wordt het betreffende pand of verblijfsobject geregistreerd in die gemeente op wier grondgebied het grootste gedeelte van het pand is gelegen. Om een efficiënt besluitvormingsproces vorm te geven is het wenselijk deze bevoegdheid neer te leggen bij het college.
Artikel 12
Spreekt voor zich.