Naar hoofdinhoud
1.. Er bestaat geen recht op bijstand als er sprake is van vermogen in de zelfbewoonde woning met bijbehorend erf, woonschip of woonwagen indien belanghebbende dit te gelde kan maken door bezwaring, verdere bezwaring of verkoop. 2.. Indien er sprake is van vermogen in de zelfbewoonde woning met bijbehorend erf, woonschip of woonwagen en van belanghebbende kan niet worden verlangd dit ten gelde te maken, moet belanghebbende een intentieverklaring ondertekenen, dat hij bereid is een krediethypotheek te vestigen. Als belanghebbende hiertoe niet bereid is, wordt het verzoek om bijstand afgewezen wegens het niet meewerken aan de vestiging van krediethypotheek of pandovereenkomst. 3.. Bijstand om niet kan worden verleend als niet kan worden verlangd dat het vermogen in de zelfbewoonde woning met bijbehorend erf, woonschip of woonwagen te gelde wordt gemaakt en de bijstand voor de kosten van levensonderhoud over een periode van een jaar, te rekenen vanaf de eerste dag waarover bijstand wordt verleend, naar verwachting minder bedraagt dan één minimum netto maandloon genoemd in artikel 37 Participatiewet. 4.. Bijstand om niet kan worden verleend indien het vermogen, verbonden in de zelfbewoonde woning met bijbehorend erf, woonschip of woonwagen, lager is dan het vermogen genoemd in artikel 34 lid 2 sub d Participatiewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel