**1..** De hoogte van het persoonsgebonden budget voor een zaak wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf daarvan.
**2..** Voor zover dit geen onderdeel is van het persoonsgebonden budget, kan het bedrag worden aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering.
**3..** De kostprijs van een persoonsgebonden budget voor een niet-materiële maatwerkvoorziening dienstverlening is afgeleid van de door de gemeente vastgestelde kostprijs van een maatwerkvoorziening voor zorg in natura, geleverd door een geregistreerde (zorg)organisatie en bedraagt
bij besteding van het PGB bij een geregistreerde (zorg)organisatie/instelling: 100% van de kostprijs voor zorg in natura;
bij besteding van het PGB bij een Zelfstandige Zonder Personeel: 75% van de kostprijs voor zorg in natura;
bij aanwending van het PGB voor informele zorg: 50% van de kostprijs voor zorg in natura.
**4..** Het college bepaalt bij nadere regeling onder welke voorwaarden een cliënt, aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de mogelijkheid heeft om diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk.
**5..** De inzet van een persoonsgebonden budget dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden gestart ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 12.
Persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Dongen 2015