**1..** Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet wordt afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag.
**2..** Er is sprake van onverantwoord snelle intering op vermogen als vanaf het moment waarop de belanghebbende redelijkerwijs kon weten dat hij op bijstand zal zijn aangewezen, het vermogen daalt tot onder de grens van het vrij te laten vermogen (artikel 34, lid 2, onder b en lid 3, Participatiewet) als gevolg van een uitgavenpatroon van meer dan anderhalf maal de voor de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag.
**3..** De verlaging wordt vastgesteld op:
10 procent van de bijstandsnorm gedurende drie maanden bij een benadelingsbedrag tot € 3000;
10 procent van de bijstandsnorm gedurende zes maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 3.000 tot €7500;
20 procent van de bijstandsnorm gedurende zes maanden bij een benadelingsbedrag vanaf €7.500 tot €25.000;
20 procent van de bijstandsnorm gedurende twaalf maanden bij een benadelingsbedrag van € 25.000 of meer.
Hoofdstuk 4.
Artikel 12.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Leiden 2015