Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I.

Artikel 1.

Begripsomschrijving.

Onderdeel van Marktverordening 1987

In deze verordening wordt verstaan onder: markt: de warenmarkt, welke krachtens besluit van de raad op de daarbij aangewezen plaats, dag en tijd wordt gehouden; marktterrein: het gehele grondoppervlak, dat door de raad is aangewezen als plaats waar de markt gehouden wordt; standplaats: de op en voor de duur van de markt op grond van artikel 4 aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel; vaste standplaats: een standplaats, die tot wederopzegging wordt toegewezen; losse standplaats: een standplaats die, in de gevallen bij deze verordening bepaald, per marktdag wordt uitgegeven: standwerkerplaats: een standplaats, bestemd voor het uitoefenen van de markthandel op een wijze als bij standwerken gebruikelijk is; standplaatshouder: degene aan wie het op grond van artikel 12 is toegestaan om gedurende de markt een standplaats in te nemen; standwerker: een marktkoopman, die als zodanig publiek om zich verzamelt, een het publiek aansprekende uiteenzetting houdt over het door hem te verkopen marktartikel en ten slot te tracht een aantal personen gelijktijdig tot aankoop daarvan te bewegen; marktcommissie: de commissie bedoeld in artikel 2 van deze verordening; kramenzetter: degene, aan wie op grond van artikel 6 vergunning is verleend: marktartikelen: alle goederen, waren of zaken die -tenzij door burgemeester en wethouders niet toelaatbaar verklaard- object van markthandel kunnen zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel