In deze verordening wordt verstaan onder:
markt: de warenmarkt, welke krachtens besluit van de raad op de
daarbij aangewezen plaats, dag en tijd wordt gehouden;
marktterrein: het gehele grondoppervlak, dat door de raad is
aangewezen als plaats waar de markt gehouden wordt;
standplaats: de op en voor de duur van de markt op grond van
artikel 4 aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de
markthandel;
vaste standplaats: een standplaats, die tot wederopzegging wordt
toegewezen;
losse standplaats: een standplaats die, in de gevallen bij deze
verordening bepaald, per marktdag wordt uitgegeven:
standwerkerplaats: een standplaats, bestemd voor het uitoefenen
van de markthandel op een wijze als bij standwerken gebruikelijk
is;
standplaatshouder: degene aan wie het op grond van artikel 12 is
toegestaan om gedurende de markt een standplaats in te
nemen;
standwerker: een marktkoopman, die als zodanig publiek om zich
verzamelt, een het publiek aansprekende uiteenzetting houdt over
het door hem te verkopen marktartikel en ten slot te tracht een
aantal personen gelijktijdig tot aankoop daarvan te
bewegen;
marktcommissie: de commissie bedoeld in artikel 2 van deze
verordening;
kramenzetter: degene, aan wie op grond van artikel 6 vergunning
is verleend:
marktartikelen: alle goederen, waren of zaken die -tenzij door
burgemeester en wethouders niet toelaatbaar verklaard- object
van markthandel kunnen zijn.