Het recht op een vaste standplaats vervalt:
op eigen verzoek van de standplaatshouder;
bij overlijden van de standplaatshouder;
wanneer niet langer wordt voldaan aan één of meer van de
eisen, bedoeld in artikel 15, eerste lid;
indien de standplaatshouder binnen een periode van drie
maanden driemaal zonder geldige reden niet op de markt
verschijnt. Als geldige redenen worden beschouwd ziekte,
vakantie of bijzondere omstandigheden.
Indien het bepaalde in het voorgaande lid toepassing vindt,
wordt de inschrijving op de in artikel 14, tweede lid, bedoelde
anciënniteitlijst van houders van vaste plaatsen
doorgehaald.
Bij overlijden van de standplaatshouder wordt het recht
op de vaste standplaats overgeschreven op de
overblijvende echtgenoot, mits daartoe binnen drie
maanden na het overlijden van de standplaatshouder een
schriftelijk verzoek is ingediend en betrokkene ten
tijde van het indienen van dit verzoek voldoet aan de
eisen, als bedoeld in artikel 15, eerste lid;
indien de aanvrager, als bedoeld onder a, reeds
rechthebbende is op een andere standplaats op de markt,
verliest hij het recht op die andere standplaats;
de inschrijving op de anciënniteitlijst, als bedoeld in
artikel 14, tweede lid, wordt overeenkomstig
gewijzigd;
in bijzondere omstandigheden kunnen burgemeester en
wethouders afwijken van het onder a bepaalde.