Het is de standplaatshouder niet toegestaan:
zijn standplaats voor het vastgestelde sluitingstijdstip van de
markt te verlaten. Van dit verbod kan in bijzondere gevallen
door burgemeester en wethouders ontheffing worden verleend;
voor het vastgestelde sluitingstijdstip van de markt niet
verkochte marktartikelen van de standplaats te verwijderen;
andere marktartikelen te verkopen of ten verkoop aan te bieden,
dan waarvoor in de in artikel 14, eerste lid, bedoelde
toewijzing toestemming is verleend;
op het marktterrein op andere dan de voor de uitoefening van de
markthandel vastgestelde tijden marktartikelen te verkopen of
ten verkoop aan te bieden;
de aangewezen standplaats te ruilen of een andere standplaats in
te nemen dan is aangewezen;
zich van zijn uitstalling langer dan 15 minuten te verwijderen
en deze alsdan onbeheerd achter te laten of toe te vertrouwen
aan een niet-rechthebbende op die plaats;
meer ruimte in te nemen dan hem is toegestaan;
zijn kraam of stand tijdens de markt af te breken of te
verplaatsen;
de doorgang in de wandelgangen op en langs het marktterrein op
enigerlei wijze te hinderen of te belemmeren;
aan de achterzijde van de kraam marktartikelen te verkopen of
ten verkoop aan te bieden;
zich zonder noodzaak aan de voorzijde van de kraam op te houden
bij het verkopen of ten verkoop aanbieden van
marktartikelen;
marktartikelen, kisten of ander verpakkingsmateriaal buiten de
aangewezen standplaats te plaatsen.