Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV.

Artikel 45.

Ontzegging recht op standplaats.

Onderdeel van Marktverordening 1987

De standplaatshouder, die door de wijze waarop hij zijn marktartikelen ten verkoop aanbiedt of aanprijst, of door overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften, of anderszins door zijn gedragingen de orde op de markt verstoort of in gevaar brengt, kan door burgemeester en wethouders, zo dit naar hun oordeel noodzakelijk is en de zaak geen uitstel lijdt, het recht op zijn standplaats voor de verdere duur van de dag, waarop de markt wordt gehouden, worden ontzegd. Aan het in het eerste lid genoemde ontzeggingbevel dient onmiddellijk gevolg te worden gegeven. Indien dit niet geschiedt, wordt de hulp van de politie en, indien noodzakelijk, die van de dienst gemeentewerken en -bedrijven ingeroepen. Zolang de door de gemeente op grond van het tweede lid gemaakte kosten van ontruiming van de standplaats door betrokkene niet zijn vergoed, komt degene, die tot het maken der kosten aanleiding heeft gegeven niet meer voor een standplaats op de markt in aanmerking. Door burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen van het bepaalde in het derde lid worden afgeweken, mits betrokkene bereid is de voorwaarden die daarbij worden gesteld te aanvaarden en na te leven. In de gevallen, bedoeld in het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders bovendien het recht op een standplaats op een of meer volgende marktdagen gedurende ten hoogste drie weken ontzeggen.

Rechtspraak bij dit artikel