**1..** Het college verrekent de recidiveboete gedurende één maand zonder toepassing van de beslagvrije voet, indien het bezit van een belanghebbende niet ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt. De verrekening geschiedt vanaf het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd.
**2..** Aansluitend op verrekening als bedoeld in het eerste lid, verrekent het college de recidiveboete in de daaropvolgende twee maanden op een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm.
**3..** Tot het inkomen, bedoeld in het tweede lid, worden ook middelen gerekend als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n en r, van de Participatiewet.
HOOFDSTUK 6
Artikel 6.4.
Verrekenen bestuurlijke boete bij geen of onvoldoende bezit
Onderdeel van Verordening maatregelen, fraude en verrekenen bestuurlijke boete inkomensvoorzieningen Den Haag 2016