Naar hoofdinhoud
1.. In deze verordening wordt verstaan onder: - belanghebbende degene die een uitkering krachtens de Participatiewet, IOAW of IOAZ heeft aangevraagd of aan wie een uitkering krachtens één van deze wetten is toegekend; -  bijstandsnorm a) de op de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, sub c van de Participatiewet dan wel b) de op de belanghebbende van toepassing zijnde grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5 van de IOAW of artikel 5 van de IOAZ; - college het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag; - geüniformeerde verplichtingen verplichtingen bedoeld in artikel 18, vierde lid van de Participatiewet; - maatregel een tijdelijke verlaging van de uitkering. De maatregel wordt vastgesteld in de vorm van een percentage van de netto uitkering van de belanghebbende of van de bruto grondslag van de uitkering van de belanghebbende; - niet geüniformeerde verplichtingen verplichtingen bedoeld in artikel 18, tweede lid van de Participatiewet; - uitkering a) de van toepassing zijnde bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet (inclusief eventuele verlaging voortvloeiende uit de Participatiewet, of eventuele gemeentelijke toeslag voortvloeiende uit overgangsrecht van de wet Werk en bijstand (WWB) dan wel b) de van toepassing zijnde uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); - verwerven van vaardigheden in de participatiewet verwerven van vaardigheden in de Nederlandse taal als bedoeld in artikel 18b, lid 6a Participatiewet. 2.. De begripsbepalingen van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en het Boetebesluit sociale zekerheidswetten zijn op deze verordening van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel