Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3a

Artikel 3a.6.

Afstemmen van de maatregel op bijzondere individuele omstandigheden

Onderdeel van Verordening maatregelen, fraude en verrekenen bestuurlijke boete inkomensvoorzieningen Den Haag 2016

1.. Voordat een maatregel wordt opgelegd, onderzoekt het college in alle gevallen of er naar zijn oordeel sprake is van dringende of zeer dringende redenen die, gelet op bijzondere individuele omstandigheden, noodzaken tot het opleggen van een minder zware maatregel, afgestemd op de omstandigheden van de belanghebbende. 2.. Indien naar het oordeel van het college, alle omstandigheden van belanghebbende meegewogen, sprake is van dringende redenen, bedoeld in het eerste lid, legt het college in afwijking van artikel 3a.1. eerste lid van deze verordening, een maatregel op van 10% van de bijstandsnorm gedurende maximaal zes maanden. 3.. Indien naar het oordeel van het college, alle omstandigheden van belanghebbende meegewogen, sprake is van zeer dringende redenen, bedoeld in het eerste lid, legt het college in afwijking van artikel 3a.1. eerste lid van deze verordening, een maatregel op van 0% van de bijstandsnorm. 4.. Indien een maatregel conform artikel 3a.2. van deze verordening is toegepast, is ten behoeve van de afstemming op bijzondere individuele omstandigheden artikel 2.5 van deze verordening van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel