**1..** Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt:
doordat een lid zijn ontslag indient;
door ontslag door het college dat hem heeft aangewezen in
geval dit lid niet langer het vertrouwen van het college
heeft, waarbij van het besluit onmiddellijk mededeling wordt
gedaan aan de voorzitter van het algemeen bestuur;
van rechtswege doordat het lid geen deel meer uitmaakt van
het college;
met ingang van de datum waarop onverenigbaarheid met het
(plaatsvervangend) lidmaatschap ontstaat, zoals bedoeld in
artikel 10, lid 10;
op de dag waarop de zittingsperiode van het college is
beëindigd.
**2..** Het lid dat ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van
het algemeen bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop
degene in wiens plaats dit lid is benoemd, zou hebben moeten
aftreden.
**3..** De leden van het algemeen bestuur die tussentijds ontslag nemen,
stellen de voorzitter van het algemeen bestuur alsmede het college
dat hen heeft aangewezen hiervan op de hoogte. Het ontslag is
onherroepelijk. Leden van het algemeen bestuur die ontslag hebben
genomen, behouden hun lidmaatschap totdat in hun opvolging is
voorzien, voor zover voldaan blijft aan het vereiste zoals bedoeld
in artikel 10, lid 1 en lid 10 van de regeling.
Hoofdstuk 4:
Artikel 11:
Einde lidmaatschap
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van West-Brabant