In de wet staan de voorwaarden waaronder een pgb wordt verstrekt (zie hoofdstuk wettelijk kader).
In de paragraaf worden deze voorwaarden verder uitgewerkt.
A. Wmo
1. Bekwaamheid van cliënt
Wat hieronder wordt aangegeven voor cliënt geldt in dezelfde mate voor iemand die namens de cliënt de verantwoordelijkheden rond het PGB overneemt.
Een cliënt moet inzicht hebben in welke problemen hij heeft, hoe deze zijn ontstaan en bij welke ondersteuning hij gebaat is. Hij moet dit in het maatwerkgesprek kunnen aangeven.
Daarnaast is hij (of met hulp uit zijn eigen netwerk) in staat een hulpverlener/aanbieder te selecteren die aan zijn ondersteuningsvraag voldoet en kan hij met deze hulpverlener/aanbieder een contract aangaan. Ook moet hij in staat zijn hulpverlener(s) aan te sturen en een juiste administratie kunnen bijhouden.
Een cliënt stelt een plan op over hoe hij het pgb gaat besteden. Het budget voor een pgb wordt daarop gebaseerd.
In dit plan moet cliënt de volgende punten aangeven:
de doelstelling/resultaat dat hij wil bereiken;
wie hij inhuurt, wat levert deze en voor welk tarief;
welke hulpverlener wat doet, wanneer en voor hoeveel uur;
hoe hij de achtervang bij vakantie en ziekte regelt (dit is afhankelijk van soort ondersteuning. Dit weegt bij bijvoorbeeld hulp bij huishouden minder zwaar).
Verder is van belang dat een pgb-houder die voor 4 dagen of meer per week ondersteuning krijgt werkgever wordt, met de werkgeversplichten die hierbij horen. Denk hierbij onder meer aan het overeenkomen van een redelijk uurloon, het doorbetalen van loon bij ziekte en het hanteren van een redelijke opzegtermijn.
Het pgb kan op grond van overwegende bezwaren worden geweigerd als:
als cliënt een zeer progressieve ziekte heeft, waardoor hij in de loop der tijd zijn verantwoordelijkheden niet meer aan kan, tenzij iemand uit zijn netwerk de verantwoordelijkheden kan overnemen;
er eerder misbruik gemaakt is van het pgb;
eerder sprake is geweest van fraude.
Er kunnen andere situaties zijn waarin het verstrekken van een pgb niet gewenst is.
Is het college onvoldoende overtuigd dat iemand in staat is zijn eigen belangen te vertegenwoordigen en er is niet iemand in zijn omgeving die dit over kan nemen, dan mag het college het verzoek om een pgb weigeren. Dit wordt in de beschikking onderbouwd.
2. Gemotiveerde keuze pgb
De keuze voor pgb kan blijken uit de wijze waarop cliënt zijn verzoek om pgb motiveert.
Het gaat om de keuze van cliënt en niet van de in te huren ondersteuner. Wel kan iemand uit zijn eigen sociale netwerk of onafhankelijke cliëntondersteuning hierbij ondersteunen. Beiden mogen zich niet laten betalen als belangbehartiger vanuit het pgb. Dit is in de verordening uitgesloten.
Verder mag iemand niet gedwongen worden om zijn mantelzorger, als deze een uitkering ontvangt, met een pgb in te huren. Het moet in alle gevallen om een bewuste keuze van de zorgvrager gaan.
3. Kwaliteitseisen
Een derde voorwaarde om voor een pgb in aanmerking te komen is dat de ondersteuning die de cliënt wil inkopen van goede kwaliteit is. De ingekochte ondersteuning moet veilig, doeltreffend en cliëntgericht zijn. Als de gemeente van oordeel is dat de ondersteuning van onvoldoende kwaliteit is dan mag de gemeente het verzoek om een pgb weigeren.
Het gaat erom dat de ondersteuning in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het is bedoeld. In zijn plan kan cliënt inzichtelijk maken hoe de kwaliteit is gewaarborgd. De kwaliteitseisen die gelden voor de ondersteuning in natura kunnen niet zonder meer op het pgb worden toegepast.
Individueel maatwerk staat voorop. Hieronder staan enkele aspecten die een rol spelen bij de beoordeling van de kwaliteit. Het gaat hierom denkrichtingen.
Afgestemd op de behoefte van de cliënt
De ondersteuning moet leiden tot of een bijdrage leveren aan wat voor de cliënt noodzakelijk is.
Ook moet de cliënt de juiste hoeveelheid ondersteuning inkopen (dat wil zeggen, niet teveel wat de zelfredzaamheid beperkt en niet te weinig waardoor de situatie niet verbetert). De ondersteuning moet aanwezig zijn op de momenten dat deze nodig is, eventueel ook ’s avonds, ’s nachts en in het weekend. Ook moet de ingekochte ondersteuning, indien relevant, het systeem rondom de cliënt ondersteunen en rekening houden met de belangen van de overige gezinsleden en/of mantelzorgers en aansluiten bij andere zorg en ondersteuning in het gezin. Dit geldt ook voor de ondersteuner uit het eigen netwerk.
De ingekochte ondersteuner moet voldoen aan de benodigde competenties en vaardigheden
Het gaat hierbij om of iemand de juiste competenties inkoopt zodat hij het te bereiken resultaat kan behalen. Een ondersteuner moet kennis van de mogelijkheden en beperkingen van cliënt hebben en beschikken over de juiste (professionele) kwalificaties. Bijondersteuning door iemand uit het sociale netwerk geldt dit anders. Hier zit de kwaliteit van de ondersteuning meer in de nabijheid van ondersteuner. Wel moet ook de ondersteuner uit het eigen netwerk kennis hebben van en kunnen omgaan met de mogelijkheden en beperkingen van de cliënt.
Ingekocht bij professionele partijen
Als er ondersteuning van een professionele organisatie wordt ingekocht, dan kan de professionaliteit bijvoorbeeld blijken uit het lidmaatschap bij een koepelorganisatie. Helder moet zijn dat het gaat om een organisatie die zich houdt aan de wettelijke bepalingen en Cao voorschriften.
Een zelfstandige professional die wordt ingehuurd moet ingeschreven staan bij de kamer van koophandel, beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag en eventueel lid zijn van een beroepsvereniging (i.v.m. klachtenregeling).
Naar soort ondersteuning kan nog het volgende worden aangegeven:
Hulp bij huishouden
Bij inhuur van hulp bij huishouden 2 moet de ondersteuner de cliënt kunnen stimuleren en motiveren, zelfstandig met het huishouden kunnen omgaan en specifieke deskundigheid hebben op het gebied van de beperkingen van de cliënt. De continuïteit van ondersteuning speelt een rol en is voor hulp bij huishouden 2 belangrijker dan voor hulp bij huishouden 1.
Begeleiding
De ondersteuner werkt zoveel mogelijk aan verbetering van de zelfredzaamheid en/of participatie van cliënt. Ideaal is dat een ondersteuner zichzelf overbodig maakt. Dit geldt ook voor een ondersteuner uit het eigen netwerk. In andere gevallen is het behoud van de situatie of voorkomen van recidive het hoogst haalbare.
Hulpmiddelen
Het uitgangspunt is dat de hulpmiddelen die iemand inkoopt van dezelfde kwaliteit zijn als de middelen die Emcart levert. Dat wil zeggen CE-markering hebben. Het hulpmiddel voldoet aan een pakket van eisen dat door de gemeente is opgesteld of bevestigd. Verder is van belang dat de cliënt met de voorziening kan omgaan en kan besturen. Zo nodig ondergaat de cliënt een keuring van Emcart. Ook hier moet de voorziening geschikt zijn voor het resultaat (afgestemd op de behoefte van cliënt). Bijvoorbeeld een scootmobiel moet de gewenste afstanden kunnen bereiken.
Woonvoorzieningen in het algemeen
Een woonvoorziening die wordt ingekocht moet minimaal zijn voorzien van het CE-keurmerk (indien van toepassing). De voorziening moet binnen 15 maanden na toekenningsdatum zijn aangeschaft.
Onroerende woonvoorzieningen
Met de voorziening die de cliënt wil inzetten moet het resultaat gehaald kunnen worden. Hiervoor kan een programma van eisen worden opgesteld door de gemeente, waaraan de ondersteuning moet voldoen. Als iemand met een pgb een onroerende woonvoorziening realiseert moet deze voldoen aan het Bouwbesluit. Verder moet deze voldoen aan bouwtechnische en bouwkundige eisen, welke beoordeeld dienen te worden door de bouwkundige van de gemeente Ede. Daarnaast gelden alle wettelijke eisen en verordeningen en de NEN-normen (zie www.nen.nl). Kwaliteit van onroerende woonvoorzieningen houdt ook in dat gebruik wordt gemaakt van materialen die duurzaam zijn en zoveel mogelijk onderhoudsvrij, en die zijn aan te merken als adequaat goedkoopst. Dit ter beoordeling van de bouwkundige van de gemeente Ede.
Traplift
Voor een traplift gelden eisen waaraan de ingekochte traplift moet voldoen (deze zijn o.a. terug te vinden via handicare-trapliften.nl) .
Autoaanpassingen
Een autoaanpassing moet minimaal 7 jaar meegaan. Dit betekent dat de betreffende aanpassing van voldoende kwaliteit is. Daarnaast kan de auto ook nog zeker 7 jaar meegaan tenzij de aanpassing kan worden overgezet naar een volgende auto. Dit ter beoordeling van het bedrijf dat de aanpassing verzorgt.
B. Jeugd
1. Bekwaamheid van cliënt
Bij jongeren onder 16 jaar gaat het niet om de bekwaamheid van de jongere zelf maar van zijn ouders. Jongeren tussen 16 en 18 jaar kunnen in sommige gevallen zelf een contract aangaan.
Wat hieronder wordt aangegeven voor de ouders geldt in dezelfde mate als iemand die namens hen de verantwoordelijkheden rondom het PGB overneemt.
De ouders (danwel één van hen) moeten inzicht hebben in welke problemen hun kind heeft, hoe deze zijn ontstaan en bij welke ondersteuning het kind gebaat is. Zij moeten dit in het maatwerkgesprek kunnen aangeven. Daarnaast zijn ze (of met hulp uit het eigen netwerk) in staat een hulpverlener/aanbieder te selecteren die aan de ondersteuningsvraag voldoet en kunnen zij met deze hulpverlener/aanbieder een contract aangaan. Ook zijn zij in staat hulpverlener(s) aan te sturen en een juiste administratie bij te houden.
Bewustzijn van de verantwoordelijkheden van een pgb kan blijken als de ouders van een kind met een zwaardere hulpvraag meerdere hulpverleners inhuren. Dit vergt het organiseren van een team. Daarnaast moeten zij zo nodig vanwege de kwetsbaarheid van de ondersteuning tijdens ziekte en verlof van de ondersteuner(s) achtervang regelen. Dit brengt met zich mee dat zij in staat moeten zijn dit te organiseren. Bij lichtere hulpvragen speelt dit minder.
Verder is van belang dat een pgb-houder die voor 4 dagen of meer per week ondersteuning krijgt werkgever wordt, met de werkgeversplichten die hierbij horen. Denk hierbij onder meer aan het overeenkomen van een redelijk uurloon, het doorbetalen van loon bij ziekte en het hanteren van een redelijke opzegtermijn.
De bekwaamheid van de ouders om te kunnen omgaan met een pgb kan blijken uit het plan dat ze verplicht zijn op te stellen. Door een plan op te stellen kan iemand inzicht geven of hij de verantwoordelijkheden van een pgb aan kan.
In dit plan moeten de ouders de volgende punten aangeven:
de doelstelling / het resultaat dat zij willen bereiken
wie zij inhuren, wat levert deze en voor welk tarief.
welke hulpverlener wat doet, wanneer en voor hoeveel uur
hoe ze de achtervang bij vakantie en ziekte regelen (dit is afhankelijk van soort ondersteuning).
Mocht hierover toch gemotiveerde twijfel zijn of iemand in staat is zijn eigen belangen te vertegenwoordigen dan kan gevraagd worden de zelftest Pb van Per Saldo in te vullen.
Daarnaast kan het pgb op grond van overwegende bezwaren worden geweigerd als:
er eerder misbruik gemaakt is van het pgb;
eerder sprake is geweest van fraude.
Er kunnen andere situaties zijn waarin het verstrekken van een pgb niet gewenst is.
Is het college onvoldoende overtuigd dat de ouders in staat is hun belangen en van hun kind te vertegenwoordigen en er is niet iemand in zijn omgeving die dit over kan nemen, dan mag het college het verzoek om een pgb weigeren. Dit wordt in de beschikking onderbouwd.
2. Gemotiveerde keuze pgb
In de Jeugdwet dient de aanvrager te motiveren dat het bestaande aanbod van zorg in natura niet passend is. Hierbij gaat het om argumenten van een persoon om aan te geven dat niet de voorziening in natura die door de gemeente is voorgesteld de voorkeur heeft en waarom de burger gebruik wenst te maken van een budget
Als iemand zijn keuze voor een pgb in redelijkheid heeft onderbouwd dan mag de gemeente het pgb niet weigeren. Uit de argumenten blijkt dat ouders zich hebben georiënteerd op het aanbod in natura.
Het moet om de keuze van hen zelf gaan en niet van de in te huren ondersteuner. Wel kan iemand uit zijn eigen sociale netwerk of onafhankelijk cliëntondersteuning hierbij ondersteunen. Beiden mogen zich niet laten betalen als belangbehartiger vanuit het pgb. Dit is in de verordening uitgesloten.
3. Kwaliteitseisen
Een derde voorwaarde om voor een pgb in aanmerking te komen is dat de ingekochte ondersteuning van goede kwaliteit is. Deze ondersteuning moet veilig, doeltreffend en cliëntgericht zijn.
Als de gemeente van oordeel is dat de ondersteuning van onvoldoende kwaliteit is dan mag de gemeente het verzoek om een pgb weigeren. De kwaliteitseisen die gelden voor de ondersteuning in natura kunnen niet zonder meer op het pgb worden toegepast. Het gaat erom dat de ondersteuning in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het is bedoeld. In zijn plan kunnen de ouders inzichtelijk maken hoe de kwaliteit is gewaarborgd.
Hieronder staan enkele aspecten die een rol spelen bij de beoordeling van de kwaliteit. Het gaat hierom denkrichtingen. In individuele situaties kan hiervan worden afgeweken (maatwerk).
De ingekochte ondersteuner moet voldoen aan de noodzakelijke competenties en vaardigheden
Het gaat hierbij om of iemand de juiste competenties inkoopt zodat hij het te bereiken resultaat kan behalen. Een ondersteuner moet kennis van de mogelijkheden en beperkingen van cliënt hebben en beschikken over de juiste (professionele) kwalificaties. Deze kwalificaties kunnen blijken uit scholing en ervaring van de ondersteuner. De budgethouder (of iemand namens hem) moet dit aannemelijk maken. Bijondersteuning door iemand uit het sociale netwerk geldt dit minder. Hier zit de kwaliteit van de ondersteuning meer in de nabijheid van ondersteuner. Wel moet ook de ondersteuner uit het eigen netwerk kennis hebben van en kunnen omgaan met de mogelijkheden en beperkingen van de cliënt.
Een Verklaring Omtrent het Gedrag is verplicht voor degene die wordt ingehuurd met een PGB jeugd. De enige uitzondering hierop geldt als er een familie van de eerste of tweede graad wordt ingehuurd.
Ingekocht bij professionele partijen
Als er ondersteuning van een professionele organisatie wordt ingekocht, dan kan de professionaliteit bijvoorbeeld blijken uit het lidmaatschap bij een koepelorganisatie. Helder moet zijn dat het gaat om een organisatie, die zich houdt aan de wettelijke bepalingen en Cao voorschriften.
Een zelfstandige professional die wordt ingehuurd moet ingeschreven staan bij de kamer van koophandel, beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag en eventueel lid zijn van een beroepsvereniging (i.v.m. klachtenregeling)
Afgestemd op de behoefte van de cliënt
De ondersteuning moet leiden tot of een bijdrage leveren aan wat voor de cliënt noodzakelijk is.
Ook moet men de juiste hoeveelheid ondersteuning inkopen (dat wil zeggen, niet teveel wat de zelfredzaamheid beperkt en niet te weinig waardoor de situatie niet verbetert). De ondersteuning moet aanwezig zijn op de momenten dat deze nodig is, eventueel ook ’s avonds, ’s nachts en in het weekend. Ook moet de ingekochte ondersteuning, indien relevant, het systeem rondom de cliënt ondersteunen en rekening houden met de belangen van de overige gezinsleden en/of mantelzorgers en aansluiten bij andere zorg en ondersteuning in het gezin. Dit geldt ook voor de ondersteuner uit het eigen netwerk.
Naar interventieniveau kan nog het volgende worden aangegeven:
Inzet van het sociaal netwerk is voor jeugd alleen toegestaan voor interventieniveau 4. De interventies van niveau 5 of hoger zijn te intensief of te gespecialiseerd om door het sociaal netwerk te worden uitgevoerd.