De burgemeester weigert het verlof indien niet wordt voldaan aan de in artikel 9 gestelde eisen, alsmede indien de aanvrager niet de beschikking heeft over de inrichting, waarvoor het verlof wordt gevraagd.
Hij trekt het verlof in indien:
niet langer wordt voldaan aan de in artikel 9 gestelde eisen;
gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van het verlof;
zich in de inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van het verlof gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid;
de verlofhouder niet langer de beschikking heeft over de inrichting waarvoor het verlof geldt.
Hij kan een verlof intrekken indien niet langer wordt voldaan aan de krachtens artikel 10, lid 2, gestelde beperkingen of voorschriften.
Een besluit, waarbij een verlof is geweigerd of ingetrokken, een verlof onder beperkingen is verleend, of aan een verlof voorschriften zijn verbonden, wordt met redenen omkleed aan de belanghebbende toegezonden.