**1..** Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
kampeermiddel:
tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander
onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een
gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor
een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld
in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene
bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor
zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele
blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen
worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
kampeerterrein:
terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en
volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te
geven tot het plaatsen of geplaatst houden van
kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf.
vaste standplaats:
een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een
kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de
plaatsing van eenzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen
of een jaar of een gedeelte van een seizoen zoals beschreven
in lid 2 van dit artikel.
woning:
een huis, een naar aard en inrichting vergelijkbare ander
onderkomen of een deel van een huis of een vergelijkbaar
onderkomen.
**2..** Met betrekking tot kampeermiddelen op vaste standplaatsen en
woningen in hoofdzaak bestemd voor het verblijf houden door één of
meer leden van eenzelfde huishouden wordt per standplaats of
woning.
het aantal personen dat heeft overnacht gesteld
op:
het aantal nachten gesteld op:
gedurende de periode 1 januari tot en met 31 december
(jaarplaats)
2,62
66
gedurende de periode 1 april tot en
met 1 oktober
(seizoenplaats)
2,89
52
gedurende de periode 1 april tot en met 30 juni en van 1
september tot en met 31 oktober
(gebroken seizoenplaats)
2,79
34
gedurende de periode 1 april tot en
met 30 juni
(voorseizoenplaats)
2,53
27
gedurende de periode 1 september tot en met 31 oktober
(naseizoenplaats)
2,15
20
**3..** In afwijking van het bepaalde in lid twee wordt op een door de
belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag, de maatstaf van
heffing vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien
blijkt dat dit aantal lager is dan het op de voet van lid twee van
dit artikel berekende aantal.
De in lid a. bedoelde aanvraag wordt niet voor een afzonderlijke
categorie toegepast.
Artikel 5
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2015