**1..** Degene die voornemens is een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen binnen de gemeente doet daarvan melding aan het college.
**2..** De melding vindt plaats met behulp van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld formulier.
Artikel 3. Ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk
De houder geeft in de melding aan het college aan voor welk ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk hij kiest, waarbij de volgende ambitieniveaus worden onderscheiden:
ambitieniveau A: ‘Spelen en ontmoeten’
ambitieniveau B: ‘Spelen, ontmoeten, ontwikkelen en signaleren’.
Ambitieniveau C: ‘Spelen, ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en ondersteunen’.
Artikel 4. Termijn van in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal
Indien uit het onderzoek van de toezichthouder, bedoeld in artikel 17, eerste lid, is gebleken dat de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de bepalingen in hoofdstuk 3 van deze verordening, kan de exploitatie vanaf dat moment plaatsvinden. De bevindingen van de toezichthouder worden schriftelijk medegedeeld aan de houder.
Artikel 5. Verbod op het in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal
Het is verboden een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen respectievelijk te houden indien uit het onderzoek van de toezichthouder, bedoeld in artikel 17, eerste lid, blijkt dat niet aan de eisen van de verordening wordt voldaan.
Artikel 6. Register
Het college houdt een register bij van gemelde peuterspeelzalen. In dit register worden na een melding onmiddellijk de gegevens opgenomen die ingevolge artikel 2, tweede lid, en artikel 3 zijn verstrekt.
Het college deelt de houder schriftelijk mee dat opneming van de peuterspeelzaal in het register heeft plaatsgevonden.
Het register ligt op het gemeentehuis kosteloos voor een ieder ter inzage.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 2.
Melding in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal
Onderdeel van Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk gemeente Waalwijk