Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Verstrekking in de vorm van een PGB

Onderdeel van Besluit nadere regeling Jeugdhulp gemeente Wijchen 2015

1. Verstrekking van een PGB vindt niet of niet langer plaats als: a. op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een PGB; b. er sprake is van vastgesteld oneigenlijk gebruik of misbruik van een persoonsgebonden budget; c. er naar het oordeel van het college andere, zwaarwegende bezwaren bestaan tegen de verstrekking. 2. De persoon aan wie een PGB wordt verstrekt kan de jeugdhulp betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. Bij de beoordeling van de verstrekking maakt de gemeente voor gezinsleden binnen hetzelfde huishouden als de aanvrager gebruik van de bepalingen rond gebruikelijke zorg die zijn vastgelegd in het protocol Gebruikelijke Zorg van het CIZ. 3. Bij de beoordeling door het college of sprake is van hulp die anders zonder betaling geleverd zou worden uit het sociale netwerk van de cliënt spelen in elk geval de volgende aspecten een rol: a. het type hulp dat wordt geleverd; b. de frequentie van de hulp; c. een tijdelijke hulpvraag of hulpvraag over een lange periode; d. de mate van verplichting (kan degene die de hulp levert een keer overslaan als hij/zij ziek is of op vakantie wil, of is dit niet mogelijk?).

Rechtspraak bij dit artikel