Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 4.

Afzien van verlaging

Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015

1.. Het bestuur ziet af van een verlaging als: elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of de gedraging meer dan 12 maanden voor constatering daarvan door het bestuur, heeft plaatsgevonden. 2.. Het bestuur kan afzien van een verlaging als het daarvoor dringende redenen aanwezig acht. 3.. Als het bestuur afziet van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.

Rechtspraak bij dit artikel