De Jeugdwet regelt daarnaast dat de jeugdhulp ook toegankelijk blijft na verwijzing door de huisarts, de jeugdarts of de medisch specialist. Na een dergelijke verwijzing staat nog niet vast welke specifieke behandelvorm van jeugdhulp precies nodig is. In de praktijk zal het de jeugdhulpaanbieder zelf zijn die op basis van zijn professionele autonomie na de verwijzing beoordeelt welke oplossing precies nodig is, hoe vaak iemand moet komen en hoe lang. Bij deze beoordeling moet de jeugdhulpaanbieder zich houden aan de afspraken die hij daarover met de gemeente heeft gemaakt in het kader van de contract- of subsidierelatie. Daarnaast moet de jeugdhulpaanbieder rekening houden met de regels die de gemeente bij Verordening heeft opgesteld. De Verordening regelt welk aanbod alleen via verwijzing of door middel van een besluit van de gemeente toegankelijk is (zie Verordening
Jeugdhulp, artikel 2).
Deze afspraken zien toe op hoe de gemeente haar regierol kan waarmaken en op de omvang van het pakket. Deze afspraken gaan ook in op de wijze waarop de artsen en de gemeentelijke toegang goed van elkaar op de hoogte zijn van de doorverwijzing of behandeling van een kind. Dit om de integrale benadering rond het kind en het principe van 1 gezin – 1 plan – 1 contactpersoon, vooral bij multiproblematiek, te waarborgen en om te voorkomen dat er nieuwe ‘verkokering’ plaats vindt, waarbij professionals niet goed van elkaar weten dat zij bij het gezin betrokken zijn.
Het college draagt zorg voor de inzet van een individuele oplossing na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist en jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover genoemde jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. De huisarts, medisch specialist en jeugdarts stellen het college in kennis van hun verwijzing van een jeugdige of zijn ouders naar een jeugdhulpaanbieder. Het college, (in ondermandaat de coördinator van het Centrum voor Jeugd en Gezin,) legt conform artikel 3.3 van de Verordening de te verlenen individuele oplossing, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking en als bedoeld in artikel 5 van de Verordening.
Artikel 2.2
Toegang via de huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Lochem 2015