Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 12.

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Lochem 2015

1.. Het college verstrekt een Pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet, indien: de cliënt naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat is te achten tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat te achten de aan een Pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; de cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als persoonsgeboden budget wenst geleverd te krijgen; naar oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt. 2.. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vierde lid, van de wet verstrekt het college geen Pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. 3.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor een zaak wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf daarvan. 4.. Voor zover dit geen onderdeel is van het persoonsgebonden budget, kan het bedrag worden aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering. 5.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor dienstverlening is opgebouwd uit verschillende kostencomponenten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verzekeringen en reiskosten; 6.. Een cliënt ten behoeve van wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betreffende het tarief betrekken van een persoon, die hoort tot het sociale netwerk: Deze persoon krijgt een lager tarief betaald voor zijn diensten dan door het college in het Besluit vastgestelde tarief. Dit lagere tarief wordt door het college in het Besluit vastgesteld; Tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet uit het persoonsgebonden budget worden betaald. 7.. Een persoonsgebonden budget dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. 8.. Het college kan in het Besluit nadere regels stellen over de hoogte van het persoonsgebonden budget; 9.. Bij de verstrekking van het Pgb wordt op basis van maatwerk een brede afweging gemaakt. Hierin worden naast de belangen van zowel de cliënt en het sociale netwerk ook de financiële en maatschappelijke belangen afgewogen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel