Eerste lid.
Dit artikel vloeit rechtstreeks voort uit de wet, artikel 2.6 eerste lid onderdeel f: “jeugdigen, ouders of pleegouders kunnen een beroep doen op een vertrouwenspersoon” en tweede lid “het college is er verantwoordelijk voor dat een vertrouwenspersoon werkzaam is bij een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die onafhankelijk is van het college, de jeugdhulpaanbieder, de gecertificeerde instelling en het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling en van personen in dienst van het college, de jeugdhulpaanbieder, de gecertificeerde instelling en het advies- en meldpunt en stelt de vertrouwenspersoon in de gelegenheid zijn taak uit te oefenen.
De vertrouwenspersoon op grond van de wet is geen cliëntondersteuner, zoals bedoeld op grond van artikel 2.2.4, eerste lid onder a, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.