Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 13.

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand

1.. Indien belanghebbende blijk heeft gegeven van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, wordt een maatregel opgelegd die wordt afgestemd op de periode dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht op bijstand heeft; 2.. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, tweede lid, wordt de hoogte en duur van de maatregel die hoort bij een verwijtbare gedraging als omschreven in het eerste lid vastgesteld volgens onderstaande matrix, tenzij de gedraging betrekking heeft op onverantwoorde besteding/ intering van vermogen. bij een periode van 1 tot 6 maanden 100 % van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij een periode van 6 maanden of langer 100 % van de bijstandsnorm gedurende 3 maanden 3.. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, wordt de hoogte en duur van de maatregel die hoort bij een verwijtbare gedraging wegens onverantwoorde besteding/ intering van vermogen vastgesteld volgens onderstaande matrix. Onverantwoord besteed/ingeteerd, waardoor belanghebbende 1 tot 6 maanden eerder bereop op bijstand doet. 100 % van de bijstandsnorm gedurende 1 maand Onverantwoord besteed/ingeteerd, waardoor belanghebbende 6 tot 9 maanden eerder beroep op bijstand doet 100 % van de bijstandsnorm gedurende 3 maanden Onverantwoord besteed/ingeteerd, waardoor belanghebbende 9 maanden (of langere periode) eerder beroep op bijstand doet 100 % van de bijstandsnorm gedurende 6 maanden

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel