De voorwaarden voor het verkrijgen van een bewonersontheffing
zijn:
De bewoner dient ingeschreven te staan in de
Basisregistratie Personen (BRP) als bewoner op een adres
welke als woonlocatie is opgevoerd in Bijlage 1.
De bewoner dient aantoonbaar houder te zijn van een
motorvoertuig door de overlegging van een kopie van het
kentekenbewijs, gesteld op eigen naam c.q. digitale controle
in het kentekenregister van de RDW.
Indien de bewoner gebruik maakt van een leaseauto zal een
kentekenbewijs en geldig leasecontract overlegd moeten
worden.
Indien de bewoner een motorvoertuig van de werkgever in
gebruik heeft, dient de bewoner een verklaring van de
werkgever te overleggen waarin de werkgever aangeeft dat het
motorvoertuig ter beschikking is gesteld.
De bewoner dient niet te beschikken over een eigen
parkeerplaats of een van derden gehuurde of in gebruik
gekregen parkeerplaats.
In uitzondering op het bepaalde in Artikel 7 e worden
ontheffingen zoals genoemd in Artikel 6 ook verstrekt aan
bewoners met eigen parkeergelegenheid.
In uitzondering op het bepaalde in Artikel 7 e worden
ontheffingen voor parkeerlocatie Steenwijkerdiep 2-69 voor
het tweede voertuig welke voldoet aan alle voorwaarden ook
verstrekt aan bewoners van de woonlocaties Steenwijkerdiep
71-79 en Steenwijkerdiep 79-107 wanneer deze geen eigen
parkeergelegenheid hebben voor het tweede voertuig.
Bewoners van bepaalde woonlocaties komen in aanmerking voor
een ontheffing welke alleen te gebruiken is op de toegewezen
parkeerlocaties. Het overzicht van woon- en parkeerlocaties
voor bewoners is opgenomen in Bijlage 1. Een woonlocatie kan
meerdere malen genoemd zijn in kolom A. In dat geval is de
keuze voor een parkeerlocatie aan aanvrager.