Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3.

De eerste integriteitsbeoordeling

Onderdeel van Beleidsregel BIBOB

In alle gevallen waar een vergunning op het gebied van horeca, coffeeshop, en smart- en growshops, seksinrichtingen en speelautomaten wordt gevraagd, zal een BIBOB-toets plaatsvinden. Echter, eerst nadat de reeds bestaande weigeringsgronden de voorgenomen beslissing niet voldoende kunnen dragen, komen de weigeringsgronden van de wet BIBOB in beeld. Proportionaliteit en subsidiariteit zijn factoren die in de afweging om een nader BIBOB-onderzoek te starten zeker een rol spelen. Als op basis van eigen onderzoek genoeg concrete aanwijzingen bestaan om in redelijkheid te kunnen aantonen dat er sprake is van ernstig gevaar als bedoeld in de wet BIBOB kan de vergunning ingetrokken of geweigerd worden. Wanneer het standaardformulier ter verkrijging van de vergunning niet volledig wordt ingevuld door de aanvrager, kan dit op grond van art. 4 : 5 Algemene wet bestuursrecht de vergunningaanvraag buiten behandeling worden gesteld. Indien er sprake is van een intrekking van een al verleende vergunning kan gebruik worden gemaakt van artikel 4 WBIBOB en eventueel een ernstig gevaar concluderen. Uitgangspunt is, dat bij de vergunningaanvraag op basis van de drank- en horecawet, Apv de aanvrager wordt gewezen op de standaard BIBOB-vragen die in het aanvraagformulier zijn verwerkt. Ook kan de behandelend ambtenaar verzoeken documenten mee te sturen op grond van het aanvraagformulier of documenten die een relatie hebben met de toetsingscriteria die hieronder genoemd zijn. De gemeente zal bij de beoordeling van de vergunningaanvraag gebruik maken van zogenaamde open bronnen, zoals het Kadaster, Kamer van Koophandel. Tevens worden contacten onderhouden met bijvoorbeeld de Belastingdienst en de sociale dienst. De tipfunctie die het OM in BIBOB-zaken heeft kan met name doel treffen bij het intrekken van vergunningen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel