Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a. kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan, dan wel enig ander onderkomen of ander
voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een
omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a,
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens
of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen
worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
b. kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd
om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen.
c. vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte, dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en
dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel gedurende
een seizoen of een jaar.
d. volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein
en dat ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van kampeermiddelen.
e. woning: huis, een naar aard en inrichting vergelijkbaar ander onderkomen of deel van een huis
of een vergelijkbaar onderkomen;
f. particulier: een natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid
biedt tot verblijf.
g. particulier verhuurde woning: een woning die door een particulier ter beschikking wordt gesteld
voor het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding in welke vorm dan ook.
h. scouts: personen die deelnemen aan een door een scoutingorganisatie georganiseerd evenement
met een scoutingkarakter en die lid zijn van een scoutingorganisatie die is aangesloten bij de vereniging
Scouting Nederland.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2015