In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet
1990 moet de op grond van artikel 7, eerste lid, bedoelde
belasting worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
de tweede twee maanden later.
De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld
in artikel 7, tweede lid:
mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van
de kennisgeving;
schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het
uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van
toezending daarvan, binnen dertig dagen na de
dagtekening van de kennisgeving.
In afwijking van het eerste lid geldt:
in het geval het totaalbedrag van de op één
aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan,
meer is dan € 25,- en niet meer is dan
€ 2500,-, en zolang de verschuldigde bedragen door
middel van automatische incasso kunnen worden
afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in
acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één
maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van
de volgende termijnen telkens een maand later.
in het geval het totaalbedrag van de op één
aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan,
minder of gelijk is aan € 25,-, en zolang de
verschuldigde bedragen door middel van automatische
incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen
moeten worden betaald in één termijn. Deze termijn
vervalt één maand na de dagtekening van het
aanslagbiljet.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
voorgaande leden gestelde termijnen.
Hoofdstuk II
Artikel 9.
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2015