Naar hoofdinhoud
In deze beleidsregel wordt verstaan onder: Belanghebbende: de persoon die ten behoeve van zichzelf en of zijn partner een voorziening in het kader van deze beleidsregel verzoekt. Partner: de persoon die al of niet gehuwd met de belanghebbende een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad. Gehuwde: een belanghebbende die met een partner een gezamenlijke huishouding voert. Gezamenlijke huishouding: bij de beoordeling of er sprake is van een gezamenlijke huishouding wordt aangesloten bij bepalingen die hiervoor in de Wet werk en bijstand gelden. Ongehuwde: de persoon die niet gehuwd is of die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. Alleenstaande: de ongehuwde die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad. Alleenstaande ouder: de ongehuwde die de volledige zorg heeft voor één of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad. Kind: het eigen kind of stiefkind dat op de peildatum jonger is dan 18 jaar en op de peildatum op het zelfde adres als de belanghebbende staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Zwolle. Ten laste komend kind: het kind voor wie de alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan maken. Voorziening: een voorziening in natura, die recht geeft op het gebruikmaken van het openbaar vervoer in Zwolle. Inkomen: de som van alle netto-inkomsten die in de peilmaand worden genoten door de belanghebbende en of diens partner, met uitzondering van: uitkeringen ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet; vakantietoeslagen; inkomsten van het kind of kinderen; tegemoetkomingen ingevolge de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen; eigenwoning bijdrage of bijzondere bijdrage ontvangen op grond van de Wet bevordering eigenwoningbezit; jonggehandicapten korting en alsmede voor alleenstaande ouders van wie het jongste kind jonger dan vijf jaar is, de combinatiekorting en de aanvullende combinatiekorting, bedoeld in hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001; vergoedingen en tegemoetkomingen, waaronder begrepen de tegemoetkoming ontvangen op grond van het Tijdelijk besluit tegemoetkoming buitengewone uitgaven, voor, alsmede de vermindering of teruggave van, loonbelasting of inkomstenbelasting en van premies, volksverzekering op grond van kosten die niet tot de algemeen noodzakelijke bestaanskosten in de zin van de Wet werk en bijstand behoren; vrije vergoedingen en vrije verstrekkingen op grond van Hoofdstuk IIA van de Wet op de loonbelasting 1964; tegemoetkomingen studiekosten, voor zover deze geen betrekking hebben op de voorziening in de algemene bestaanskosten van belanghebbende en of diens partner; de langdurigheidstoeslag voor langdurig minima, zoals genoemd in artikel 36 van de Wet werk en bijstand; de financiële tegemoetkoming waarop personen met een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet recht hebben; doeluitkeringen die niet bestemd zijn voor de voorziening in de algemene bestaanskosten; indien de alleenstaande, de alleenstaande ouder of één van de partners op de peildatum 65 jaar of ouder is, wordt voor de vaststelling van de hoogte van inkomen een in de vorm van een periodieke uitkering ontvangen particuliere oudedagssubsidie buiten beschouwing gelaten naar het bedrag dat in artikel 33 lid 5 van de Wet werk en bijstand wordt genoemd. indien als gevolg van wisselende of eenmalige inkomsten het inkomen in de peilmaand hoger is dan de norm wordt uitgegaan van een gemiddeld inkomen. Het gemiddeld inkomen wordt berekend door de som van het inkomen dat gedurende 12 maanden voorafgaand aan de peilmaand is genoten te delen door 12. indien het inkomen uit arbeid van een uitkeringsgerechtigde die een uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand ontvangt op grond van artikel 31 lid 2 onder o van de Wet werk en bijstand gedeeltelijk wordt vrijgelaten, wordt in het kader van deze verordening het vrijgelaten bedrag niet als inkomen beschouwd. indien de belanghebbende of diens partner in een inrichting verblijft wordt het inkomen dat overeenkomstig het gestelde onder 1 tot en met 4 is vastgesteld verminderd met een bedrag dat gelijk is aan de verschuldigde bijdrage in de verzorgingskosten. Peildatum: de 1e van de maand voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag is ontvangen. Peilmaand: de maand voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag is ontvangen. Inrichting: een instelling die zich blijkens haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden richt op het bieden van verpleging of verzorging aan aldaar verblijvende hulpbehoevenden. een instelling die zich blijkens haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden richt op het bieden van slaapgelegenheid, waarbij de mogelijkheid van hulpverlening of begeleiding gedurende meer dan de helft van ieder etmaal aanwezig is. Norm: bedrag voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Het norm bedrag voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan wordt vastgesteld: op de voor belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm genoemd in de artikelen 22 en 23 van de Wet werk en bijstand en vervolgens verminderd met de in de Wet werk en bijstand geldende vakantietoeslag. indien de belanghebbende of diens partner in een inrichting verblijft wordt de norm verhoogd met het bedrag genoemd in artikel 23 lid 2 Wet werk en bijstand. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel