**1..** De vergoedingen in de artikelen 2 en 3 vangen aan op de dag van het afleggen van de eed of belofte bedoeld in artikel 14 van de Gemeentewet.
**2..** De vergoedingen bedoeld in de artikelen 2 en 3 eindigen op de dag bedoeld in artikel C 4, tweede lid, van de Kieswet, dan wel het tijdstip bedoeld in de artikelen X 1, eerste en derde lid, X 6 en X 8, tweede, derde en vijfde lid van de Kieswet.
**3..** Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest.
**4..** De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, geschiedt in maandelijkse termijnen.
Hoofdstuk II
Artikel 4
Berekening en betaling vaste vergoedingen
Onderdeel van Verordening rechtspositie raadsleden, wethouders en commissieleden 2011