De rekenkamercommissie kan op grond van een belang, genoemd in
artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent de
inhoud van stukken die aan haar worden overlegd, geheimhouding
opleggen.
De geheimhouding wordt door allen die van deze stukken kennis
dragen in acht genomen totdat de rekenkamercommissie haar
opheft.