Indien een belanghebbende een verplichting als bedoeld in
artikel 18, vierde lid, onderdeel a tot en met h van de wet niet
of onvoldoende nakomt wordt een maatregel opgelegd van 100%
gedurende een periode van een maand.
Het bedrag van de verlaging zoals bedoeld in het eerste lid kan
worden toegepast over de maand van oplegging van de maatregel en
de volgende twee maanden indien bijzondere omstandigheden dit
rechtvaardigen.
Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, wordt aan de
eerste maand in ieder geval 1/3 van de verlaging
toebedeeld.
Hoofdstuk 3
Artikel 19
Geüniformeerde verplichtingen
Onderdeel van 2e wijziging verordening Participatiewet 2015