**1..** Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten een
inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht en
buiten de weg gelegen in het belang van het uiterlijk aanzien van de
gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel
voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, de volgende
voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te
hebben:
**a..** onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer-
of vaartuigen of onderdelen daarvan;
**b..** bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
**c..** kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan,
als het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop
of verhuur of anderszins voor een commercieel doel;
**d..** mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een
verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.
**2..** Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een
bepaald voorwerp of bepaalde stof op te slaan, te plaatsen of
aanwezig te hebben.
**3..** Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en
tweede lid nadere regels stellen.
**4..** Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke ordening
of de Provinciale Verordening.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 4:13
Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2015